Waar vind ik betrouwbare informatie over windmolens?

Milieu Centraal

Nederlandse WindEnergie Associatie

RVO

Windenergie.nl

Energie Overheid 

Dalen de woningen, in de buurt van de molens, in waarde?

Als er een windmolen in de buurt komt, maken omwonenden zich zorgen over de waarde van de woning. Wat is daarover bekend en waar kun je als omwonende aanspraak op maken? We kijken hiervoor naar woningwaarde, WOZ-waarde en planschade.

Woningwaarde
In april 2016 berichtten onderzoekers van het Tinbergen Instituut hierover het volgende: De waardedaling rond windmolens bedraagt gemiddeld 1,2 tot 2,3 procent. Dit blijkt uit een analyse van 2,2 miljoen Nederlandse huizentransacties tussen 1985 en 2012. Bij de hoogste nieuwe windmolens loopt het verlies op tot 5 procent.

WOZ-waarde
Als gevolg hiervan kunnen omwonenden bij de gemeente een verzoek indienen tot verlaging van de WOZ-waarde, waardoor de gemeentelijke belastingen dalen. Voor mensen die blijven wonen, is dit prettig. Voor wie zijn woning wil verkopen, niet. De WOZ-waarde is namelijk een indicatie van de verkoopwaarde. De gemeente stelt de WOZ-waarde vast. Voor het vaststellen gelden juridische regels.

Van daadwerkelijke aanpassing van de WOZ-waarde in de nabijheid van windturbines zijn weinig gevallen bekend: er zijn 19 gerechtelijke uitspraken gedaan in de periode van 2003 tot 2012. In 12 van deze gevallen vond een prijsaanpassing plaats. Er is echter geen sprake van een onderbouwing. De rechter vond het aannemelijk dat er sprake kon zijn van waardedaling. Slechts op één locatie is naar verkoopcijfers van woningen gekeken. Hier bleek geen aantoonbaar effect te zijn van de windturbines op de waarde van de woning in vergelijking met de waarde bij transacties van andere woningen in de regio. De WOZ-waarde is daar niet bijgesteld. Bron: RVO

Planschade
Planschade kan ontstaan door wijziging van een bestemmingsplan voor bijvoorbeeld het aanleggen van een snelweg of het bouwen van woningen. Ook bij het realiseren van windmolens kan dit het geval zijn. Daarom wordt er een planschade-analyse uitgevoerd, voordat de molens gebouwd worden. Hieruit blijkt dan of en zo ja, hoe hoog de planschade is. Vaak wordt geregeld dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor de planschade. In het geval van de windmolens in Beekbergsebroek zijn dat De Wolff Nederland Windenergie en deA. Voor het vaststellen van planschade en WOZ-waarde gelden juridische regels die zijn vastgelegd in de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). De juridische regels voor woningeigenaren die schade ondervinden door bouwactiviteiten staan in de planschaderegeling.

Artikel Volkskrant april 2016

Rapport Tinbergen Instituut 2014.

Zijn molens in Beekbergsebroek wel rendabel?

In de Beekbergsebroek waait het weliswaar minder hard dan aan de kust, maar ook de Beekbergsebroek is een plek waar windmolens prima renderen. Hiervoor is het wel nodig dat de windmolens voldoende hoog zijn om genoeg wind te vangen.

Financiers geven de doorslag
De financiering van de molens zal deels via crowdfunding plaatsvinden en voor het grootste deel via een lening door de bank. Voor de crowdfunders, maar zeker voor de bank, zal gelden dat het project rendabel moet zijn. Mocht dat niet of onvoldoende het geval zijn dan zal de bank er geen geld insteken. En dan komen er geen windmolens.

Daarnaast zal de bank een goed beeld van de risico’s willen hebben. Om die reden zal er straks onder andere nog een uitgebreid windonderzoek in het gebied plaatsvinden. Dit onderzoek moet uitwijzen of het op de betreffende hoogte inderdaad voldoende hard waait.

Slagschaduw en geluid
Uit het rapport naar slagschaduw en geluid blijkt dat de windmolens ’s nachts in een stillere modus moeten draaien. Verder blijkt dat de windmolens een stilstandsvoorziening moeten hebben om te kunnen voldoen aan de afspraak van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar.

Zowel de stilstandsvoorziening als de stillere modus betekenen minder opwek van duurzame energie en dus een lager rendement. Weliswaar een lager rendement maar met de informatie die nu bekend is, nog steeds voldoende rendement en duurzame opwek.

Voldoende hoogte
Willen de windmolens rendabel zijn dan moeten ze voldoende hoog zijn. Om deze reden zal de hoogte van de molens (ashoogte plus wiek) liggen tussen de 175 en 200 meter.
Lagere windmolens leveren op deze plek aanzienlijk minder energie op en zijn daardoor niet rendabel te exploiteren.

Hoeveel vogels worden slachtoffer van de windmolens?

Het plaatsen van windmolens kan effect hebben op vogels en vleermuizen. Daarom zijn er beschermende bepalingen voor het plaatsen van windparken. Deze zijn bedoeld om eventuele hinder voor vogels, vleermuizen en hun verblijfplaatsen (direct en indirect door effecten op migratieroutes of foerageergebieden) te beperken.

De belangrijkste beschermende bepalingen voor vogels en vleermuizen zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet, Natura 2000-gebieden en de gebieden van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn opgenomen in de nationale wetgeving. Het Alterra-rapport ‘Ecologische en natuurbeschermingsrechtelijke aspecten van windturbines op land‘ geeft een goed overzicht. Het rapport is te downloaden op www.wur.nl

Effecten op vogels
Bij vogels zijn de volgende effecten bekend:

  • aanvaring: vogels kunnen zich doodvliegen tegen de wieken of tegen de mast. ’s Nachts of bij slecht weer is dat risico groter;
  • barrièrewerking: vogels moeten omvliegen tijdens de trek of op weg naar hun leefgebied. Dit kost extra tijd en energie;
  • verstoring: vogels kunnen windturbines en de omgeving ervan gaan mijden. Daardoor worden die gebieden ongeschikt als voedsel-, rust- of broedgebied.

Conclusies effecten op vogels
Uit rapporten van onder meer het Wereld Natuur Fonds blijkt dat windturbines slechts een klein deel van de vogelslachtoffers veroorzaken die door menselijk handelen om het leven komen. Naar schatting 1 tot 2 procent van het aantal dat door het verkeer wordt getroffen. Slachtoffers vallen in principe op iedere locatie, maar het effect is afhankelijk van de aanwezige soorten en de totale aantallen vogels ter plekke. Bij het plaatsen van windparken buiten beschermde vogelgebieden is verstoring door verlies of verandering van biotopen meestal geen belangrijke negatieve factor. De mate van verstoring hangt af van de locatie en de omvang van de projecten. De barrièrewerking kan wel aanzienlijk zijn. Er is meer energie nodig bij het passeren van windturbines. Over de gevolgen is nog weinig bekend.

Bron: RVO

Vogelbescherming Nederland is vóór het gebruik van windenergie in combinatie met energiebesparing en andere duurzame energiebronnen. De Vogelbescherming is tegen windparken dicht bij de kust, omdat daar veel trekroutes en voedselgebieden liggen.

Bron: Milieucentraal

Veroorzaken de windmolens slagschaduw?

Slagschaduw is de schaduw die de windmolen op een woning werpt als de zon in een bepaalde stand staat en de wieken draaien. Omdat dit hinderlijk kan zijn, zijn er in Nederland normen bepaald voor slagschaduw. Deze liggen vast in het Activiteitenbesluit. De norm stelt dat er een stilstand-voorziening op de windmolens moet worden aangebracht als er zich woningen bevinden binnen 12 maal de rotordiamater (diameter van de wieken) én er meer dan 17 dagen per jaar voor meer dan 20 minuten aan slagschaduw per dag op kan treden op de gevel van woningen. Op de overige dagen mag tot maximaal 20 minuten slagschaduw optreden. Om deze norm hanteerbaar te maken, vertalen de meeste exploitanten de norm naar maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. deA en de Wolff Nederland Windenergie doen dat ook. Dit betekent dat de molens worden stilgezet, zodra er meer slagschaduw optreedt dan de genoemde 6 uur per jaar. Als de schaduw de woning voorbij is, wordt de molen weer aangezet. Alle minuten slagschaduw tellen mee, ook op dagen dat de slagschaduw minder dan 20 minuten is. Als de schaduw de woning voorbij is, wordt de molen weer aangezet.

In 2016 heeft deA een onderzoek laten doen naar slagschaduw van de drie geplande molens in Beekbergsebroek. Dit onderzoek is uitgevoerd door Pondera Consult.

Hoe is het onderzoek uitgevoerd
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een rekenmodel. In het onderzoek is een extra marge aangehouden van een uur om er zeker van te zijn dat de woningen niet meer dan 6 uur slagschaduw krijgen. In het onderzoek is geen rekening gehouden met obstakels tussen de windmolens en de woningen, beplanting en eventuele andere gebouwen. De slagschaduwduur kan dus in de praktijk lager uitvallen.

Resultaat zonder stilstandvoorziening
Als er geen aanvullende maatregelen worden genomen dan valt er op veel woningen meer slagschaduw dan de norm van 6 uur. Het kaartje hieronder laat zien om welke woningen het gaat. Woningen buiten de grijze lijn krijgen maximaal 15 uur slagschaduw per jaar. Woningen buiten de rode lijn krijgen maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Woningen buiten de groene lijn krijgen helemaal geen slagschaduw.

Resultaat met stilstandvoorziening
De windmolens in Beekbergsebroek worden voorzien van een stilstand-voorziening. Hierdoor krijgt geen enkele woning meer slagschaduw dan 6 uur per jaar. Deze maatregel zal (enigszins) leiden tot een afname van de hoeveelheid stroom die de windmolens opwekken.

 

Meer informatie

Samenvatting rapport Pondera Consult

Website Windenergie (Rijksoverheid)

Hoeveel geluid maken de windmolens?

In Nederland wordt het geluidsniveau van windmolens getoetst aan de normen in het Activiteitenbesluit. Hierin staat dat het gemiddelde geluidsniveau op een gevel van een woning gedurende de dag en avond over een jaar niet meer mag zijn dan 47 dB (in onderzoektermen: 47 dB Lden ). Voor de nachtperiode geldt een strengere norm van 41 dB (41 dB Lnight ). Ter vergelijking: een gesprek is gemiddeld 60 decibel, een autoweg op 100 meter afstand is 80 decibel (bron www.windenergie.nl).

De molens in Beekbergsebroek

deA heeft een onderzoek laten uitvoeren naar het geluid van drie windmolens in Beekbergsebroek. Dit onderzoek is gedaan door Pondera Consult. Aan de hand van een rekenmodel, waarin 13 woningen zijn opgenomen (10 woningen in Beekbergsebroek en 3 in de Maten). Voor deze woningen is het gemiddelde geluidsniveau per jaar berekend.

Het onderzoek laat zien dat er bij twee woningen niet wordt voldaan aan de geluidsnorm, als er geen aanvullende maatregelen worden genomen. Als de windmolens in de nacht in een stillere modus worden gezet, voldoen de windmolens wel aan de geluidsnorm. De molens zullen hierdoor wel iets minder stroom opwekken.

Overlast

Als de molens voldoen aan wettelijke normen, betekent dit nog niet dat mensen geen overlast zullen ervaren. Ieder mens ervaart geluid immers anders. Bovendien gaat de norm uit van gemiddelden en niet van het maximale geluidsniveau dat op bepaalde momenten wordt bereikt (afhankelijk van windkracht, windrichting, geluid snelweg et cetera). In een onderzoek van TNO (bron: TNO, Hinder door geluid van windturbines, 2008) wordt gesteld dat met de huidige Nederlandse normen voor geluid, ca. 9% van de bevolking ernstige hinder ondervindt. Dit percentage is een indicatie, lokale en persoonsgebonden factoren spelen hierbij een rol waardoor de situatie per locatie kan verschillen.

Laagfrequent geluid

Naast het suizende geluid van de wieken produceren de molens ook een lage bromtoon, het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (geluid tot 100 Hz). Het is een geluid dat niet altijd door de oren wordt waargenomen, maar er wel is. Voor laagfrequent geluid geeft de wet geen normen en helaas is er ook nog geen bruikbaar onderzoek beschikbaar over de mogelijke gezondheidsklachten dat een laagfrequent geluid kan veroorzaken. Mensen maken zich er echter wel zorgen over. Op de website van RIVM staat een GGD-richtlijn over laagfrequent geluid. Deze richtlijn is van 2002 en wordt momenteel herzien. In opdracht van de GGD-en heeft het RIVM onderzoek gedaan naar de invloed op gezondheid en beleving van omwonenden van windturbines. Hierin komt naar voren dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren, maar dat er geen bewijs is dat dit een factor van belang is. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de huidige norm biedt. Ook onderzoek van AgentschapNL wijst uit dat er geen aanwijzingen zijn dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt

Wat weten we wel en wat (nog) niet?

  • de windmolens in Beekbergsebroek voldoen aan de wettelijke normen. De windmolens moeten daarvoor ‘s nachts wel in een lagere modus worden gezet.
  • Voor laagfrequent geluid zijn er geen wettelijke normen. Uit onderzoek van RIVM en AgentschapNL blijkt dat windturbines laagfrequent geluid produceren, maar dat niet is aangetoond dat dit een factor van belang is.
  • Als de gemeenteraad besluit dat de windmolens in Beekbergsebroek mogen komen, doet deA aanvullend geluidsonderzoek. Dit onderzoek moet meer inzicht geven in het verloop van het geluidsniveau door de dag en het jaar heen.

Objectieve informatie over het geluid van windmolens kunt u vinden op volgende websites:

Informatieblad van RIVM voor GGD: Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden (GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013)

Kennisbericht RIVM geluid van windturbines

GGD-Richtlijn Laagfrequent geluid (van 2002, wordt momenteel hierzien), te downloaden op:

TNO rapport Hinder door geluid van windturbines

 

Zijn er alternatieven voor de windmolens in Beekbergsebroek?

 

Deze vraag kun je op verschillende manieren beantwoorden. Hieronder kijken we naar de verschillende mogelijkheden en geven we voor- en tegenargumenten.

Plaats de molens ergens anders in Apeldoorn

Het is de vraag of er in Apeldoorn andere geschikte locaties zijn. Een onderzoekscommissie van de gemeenteraad doet daar nu onderzoek naar. Wij gaan er voor het beantwoorden van deze vraag even vanuit dat er wel andere geschikte locaties zijn binnen de gemeente Apeldoorn.

Tegen: Gemeente Apeldoorn heeft in haar Uitvoeringsagenda Energietransitie de volgende ambitie geformuleerd: In 2030 koersen we op het percentage energieneutraliteit van circa 28% en over drie decennia vrijwel energieneutraal.

Om dit te bereiken, moet er op allerlei terreinen veel gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan woningbouw, mobiliteit, industrie en landbouw. In het kader van het opwekken van duurzame energie zegt de Uitvoeringsagenda: Van de duurzame energiebronnen heeft zonne-energie het grootste aandeel. Daarnaast staan we voor een grote opgave wat betreft windenergie. Vooral op lange termijn is windenergie noodzakelijk om de doelstelling te halen. De Apeldoornse ambitie vraagt circa 250 hectare zonnepanelen, 20 windturbines van 3MW en 3.700 hectare houtige biomassa of equivalenten daarvan in 2030 om op koers te blijven. 

Samengevat komt het erop neer dat we alle beschikbare plekken, dus ook de Beekbergsebroek nodig hebben voor het opwekken van voldoende duurzame energie.

Voor: Beekbergsebroek ligt naar verhouding in een wat laag gebied. Daarom zal de productie hier misschien relatief iets lager zijn dan op andere plekken. Maar ook op andere locaties binnen Apeldoorn zullen de windmolens hoog moeten worden om een rendabele exploitatie te behalen.

Plaats de molens ergens anders in Gelderland/Nederland

Tegen: De provincie Gelderland heeft met het Rijk afgesproken dat er in 2020 voor 230,5 MegaWatt (MW) aan windenergie beschikbaar moet zijn. Eind 2015 was hiervan 26% (59 MW) gerealiseerd. Er moet dus nog heel veel gebeuren. De molens in Beekbergsebroek hebben elk 3 MW aan vermogen. Weliswaar een beperkte bijdrage maar met 3 x 3 = 9 MW wel een toename van 15% van wat er nu staat. Net als Gelderland hebben ook alle andere provincies afspraken met het Rijk. Het doorschuiven van de ‘verplichtingen’ helpt dus niet.

Voor: Er zijn plaatsen waar het harder waait. De molens die daar geplaatst worden, leveren meer energie op.

Plaats de windmolens op zee

Tegen: Het is relatief duur om windmolens op zee te plaatsen, doordat elektriciteitstaanvoer over een langere afstand gaat en onderhoud complexer is dan op land. De aanleg van windparken op zee is door technologische ontwikkelingen wel goedkoper geworden. Windenergie op land en windenergie op zee zijn beide hard nodig om de duurzame energiedoelen (16% in 20123) te halen (Bron: www.windenergie.nl). Het is dus niet de vraag of we het een of het ander moeten doen. Beide moet gebeuren.

Voor: Op zee is meer ruimte en het waait er harder, waardoor de molens meer opbrengen. Bovendien zijn de kosten afgelopen jaren hard gedaald.

Kunnen de windmolens vervangen worden door zonnepanelen?

Tegen: Wil je voor 2.000 huishoudens (1 windturbine) elektriciteit opwekken met zonne-energie dan heb je een (dak)oppervlak nodig van 50.000m2. Dit komt overeen met het oppervlak van 8 voetbalvelden (of 50 varkensstallen).

Bron: RVO

Om de energiedoelstellingen te halen, hebben we overigens zowel wind- als zonneenergie nodig.

Hoe levert het de Apeldoorners voordeel op?

  • Alle Apeldoorners kunnen straks een aandeel in de windmolen kopen. Ieder jaar ontvangt de eigenaar van het aandeel een financieel rendement. Zo worden Apeldoorners samen eigenaar van de molens en niet een investeerder van buitenaf.
  • Voor de bewoners van Beekbergsebroek komt er een gebiedsfonds. Dit is een ‘pot’ waar jaarlijks een deel van de opbrengst in wordt gestort. De bewoners van Beekbergsebroek kunnen gezamenlijk bepalen waar het bedrag aan wordt besteed. Het zou mooi zijn als dit een vorm van energiebesparing of duurzame energie is maar dat beslissen de bewoners zelf.
  • Alle Apeldoorners kunnen straks trots zijn op het feit dat we met elkaar een bijdrage leveren aan de overstap van fossiele, vervuilende brandstoffen naar het gebruik van schone, duurzame energie.

Wie verdient er aan de molens?

De gemeente maakt kosten voor het verlenen van de vergunning. Deze kosten brengt de gemeente in rekening bij de partij die de vergunning aanvraagt. Dit heet leges. De gemeente ontvangt naast deze leges ook inkomsten vanuit de WOZ. Als de windmolens op grond van de gemeente wordt gebouwd, brengt de gemeente een opstalvergoeding in rekening. Hoe hoog de bedragen voor leges, WOZ en opstalvergoeding zijn, is op dit moment nog niet bekend.

Apeldoorners die winddelen kopen

Apeldoorners kunnen straks winddelen kopen. Hiermee worden zij samen eigenaar van de molens. De winddelen leveren jaarlijks een rendement op.

Bewoners in Beekbergsebroek

Voor de bewoners van Beekbergsebroek komt er een gebiedsfonds. Dit is een ‘pot’ waar jaarlijks een deel van de opbrengst in wordt gestort. De bewoners van Beekbergsebroek kunnen gezamenlijk bepalen waar het bedrag aan wordt besteed. Het zou mooi zijn als dit een vorm van energiebesparing of duurzame energie is, maar dat beslissen de bewoners zelf. Bij drie windmolens gaat deA op dit moment uit van in totaal €15.000,- per jaar. Dit bedrag is nog onder voorbehoud.

Direct omwonenden

Voor de direct omwonenden (de afstand is nog te bepalen) is er een aanvullend bedrag beschikbaar. Dit staat dus los van het gebiedsfonds. Bij drie windmolens gaat deA uit van een bedrag van circa € 15.000,- per jaar. Bij een gehanteerde grens van 500 meter tot de molens gaat het om 10 tot 15 woningen die een financiële bijdrage ontvangen. Het gaat hierbij dus niet om ‘verdienen’, maar om een aanvullende tegemoetkoming.

Grondeigenaren

Eigenaren van de grond waar de windmolens op komen te staan ontvangen een opstalvergoeding.

deA

De Apeldoornse energiecoöperatie is mede initiatiefnemer van het windpark. De kosten die deA op dit moment maakt voor bijvoorbeeld bijeenkomsten, de website en de nieuwsbrief, zijn voor risico van deA. Als de windmolens er komen, zal deA verdienen aan de verkoop van de stroom van de molens.

De Wolff Nederland Windenergie

De Wolff is samen met deA de ontwikkelaar voor het windmolenpark. De kosten die nu al gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld voor onderzoeken, worden betaald door de Wolff. Op het moment dat de windmolens er komen, worden deze kosten alsnog aan de Wolff vergoed. Als de molens er niet komen, zijn de gemaakte kosten een verliespost voor de Wolff.

Gemeente Apeldoorn

De gemeente maakt kosten voor het verlenen van de vergunning. Deze kosten brengt de gemeente in rekening bij de partij die de vergunning aanvraagt. Dit heet leges. De gemeente ontvangt naast deze leges ook inkomsten vanuit de WOZ. Als de windmolens op grond van de gemeente wordt gebouwd, brengt de gemeente een opstalvergoeding in rekening. Hoe hoog de bedragen voor leges, WOZ en opstalvergoeding zijn, is op dit moment nog niet bekend.

Hoeveel energie produceren de windmolens?

Een moderne windmolen heeft een vermogen van ongeveer 3 MW en levert per jaar ongeveer 7 miljoen KWh. Eén molen levert stroom voor 2000 huishoudens. De drie molens leveren samen dus stroom voor 6.000 huishoudens = 10% van de Apeldoornse huishoudens.